16. okt, 2021

Want in die hoop zijn wij behouden. Maar hoop die gezien wordt, is geen hoop, want hoe zal men hopen op hetgeen men ziet? Indien wij hopen op hetgeen wij niet zien, verwachten wij het met volharding.’

Bijschrift

Van hetgeen wij hopen of verwachten op grond van het Woord is vrijwel niets zichtbaar of tastbaar, behalve dan het Woord zelf!

(Als je een postpakketje verwacht, kun je tegenwoordig ‘digitaal’ volgen waar het ongeveer onderweg is, en zelfs het dagdeel of het uur waarop het aankomt. Dan is het al bijna geen ‘verwachting’ meer.)

Wij verwachten het met volharding! Het is immers op grond van het woord van God!

Sommige liedschrijvers geven in hun tekst een mooie oplossing voor het wachten, zoals het refrein van een lied, dat (vertaald) zegt:

‘Tel de jaren – Tel de jaren als maanden

Tel de maanden – Tel de maanden als weken

Tel de weken – En tel de weken als dagen

Mmm, elke dag nu

We gaan, we gaan naar Huis.’

15. okt, 2021

Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. En niet alleen zij, maar ook wij zelf, [wij,] die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.’

Bijschrift

Dit woord zal niet zo vaak het onderwerp van gesprekken zijn op een verjaardagsfeestje. Dit raakt tot diep in het bestaan van een mens. Toch duidt het op de kern van het geloof. God heeft ons geroepen; dat heeft een uitwerking: niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij.

Niet meer uitzien naar de toekomst van de mens, maar naar een toekomst van allen in Zijn aanwezigheid, waarbij het vergankelijke heeft afgedaan en het onvergankelijke is aangebroken. Elke dag de dingen doen (als voor de Heer Zelf) die nodig zijn voor het moment, maar steeds met het oog gericht op Hem en de verwachting.

14. okt, 2021

‘Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden van de zonen Gods.’

Bijschrift

Het blijkt dat Paulus niet alleen oog heeft voor het leed van de mens, maar hij laat zien dat ook heel de schepping verlangend uitziet naar verandering. Als men moeite heeft om te geloven dat hemel en aarde geschapen zijn door Zijn hand, Kol.1:16 hoe moet men dan verder als gelovige? Als men de eerste schepping niet ziet als uit God, hoe dan geloven dat er een volgende stap onderweg is: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde?

Neem het Woord ter harte. Mijn beperkte begrip en geloof zal geenszins de werken van God hinderen. Hij voert Zijn plan uit, zonder mankeren!

13. okt, 2021

‘Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden.’

Bijschrift

Dat wil niet zeggen dat Paulus hiermee het lijden, dat soms heel diep gaat, hiermee bagatelliseert. Integendeel, want Paulus zelf was zwaar beproefd in moeite en zorg. Lijden kan zo ingrijpend zijn, dat een mens er geheel door in beslag genomen wordt, er lijkt geen einde aan te komen, en soms wordt het zelfs ondraaglijk.

Maar tegenover het lijden staat de verwachting van die grote heerlijkheid, die op het punt staat geopenbaard te worden – diepzwarte duisternis tegenover het helderste witte licht.

Paulus is er zeker van dat die heerlijkheid al het lijden zal doen verbleken!

11. okt, 2021

‘Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzegging te doen voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid.’

Bijschrift

Hier spreekt Paulus zijn trouwe medewerker Timotheüs aan. Het is misschien wel bijzonder om hierbij op te merken dat Paulus geen uitzondering maakt. Hij zegt bijvoorbeeld niet: voor alle gelovigen, of goede koningen, maar alle mensen.

Zou Paulus een ‘roze bril’ opgehad hebben en niet op de hoogte zijn geweest van wat voor slechteriken hierbij hoorden? Integendeel! Hij wist van koning Herodes, die Johannes de doper liet onthoofden, van Herodes en Pilatus, bij de kruisiging van de Heer, van de keizers, zoals Claudius I, die de Joden uit Rome wegjoeg in het jaar 49. Daar was Paulus goed van op de hoogte. Maar de instructie aan Timotheüs, die nog in Efeze verbleef, had een duidelijk doel: ‘… opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid.’