6. apr, 2021

Redding

Je bent gered! Maar door wie? En waarvan?
God is je redder.
Je bent gered van de zonde, van de dood, van veroordeling.
Je zou kunnen zeggen, dat God je redt van diverse doodlopende wegen en je op de juiste weg zet.

Ieder mens is in feite vanaf zijn of haar geboorte een sterveling.
Zelfs een baby kan al op zeer jonge leeftijd sterven. Gods Woord maakt inderdaad duidelijk dat alle mensen in een gevaarlijke toestand zijn, waaruit redding nodig is: ze zijn hun hele leven, door de zonde, bezig dood te gaan en daarom missen ze het doel waarvoor ze bestemd waren als Gods schepselen: leven tot eer van Hem! Dit kun je lezen in Romeinen 3:23 :
23 Allen zondigen en lijden gebrek aan de heerlijkheid van God;
(Rom 3:23 – proeve van NCV)

Dus: Iedereen, niemand uitgezonderd, zondigt en mist daardoor de heerlijkheid van God. Moeilijk misschien om zo op het eerste gezicht te begrijpen.
Er is een gezegde dat luidt: waar de nood het hoogst is, is de redding nabij. Dat geldt zeker in Romeinen 3! Na de conclusie, dat alle mensen zondaars zijn en daardoor de heerlijkheid van God derven (of missen), vertelt vers 24 ons, dat zij
om niet (gratis) gerechtvaardigd worden in zijn genade, door de vrijkoping in Christus Jezus!
(Rom 3:24 – proeve van NCV)

Hier staat zelfs geen ‘redding’, maar ‘vrijkoping’!
Christus koopt ons vrij zoals vroeger slaven op de markt vrijgekocht konden worden. Er werd een prijs betaald en daarna waren ze volkomen vrij!

Soms kun je je helemaal niet bewust zijn dat je in een zeer gevaarlijke situatie bent. Stel je voor dat je in een groot hotel bent, in zo’n hoog gebouw van wel 30 verdiepingen. Je hebt een hotelkamer geboekt op de 28e verdieping,  met een haast oneindig uitzicht over de stad en daarbuiten. Maar … terwijl je ’s avonds geniet van het uitzicht over de met veel lichten en lichtjes bezaaide stad, is op de 20e verdieping brand uitgebroken, zonder dat je het weet, een levensgevaarlijke situatie. De brandweer zal snel moeten komen om je eruit te redden.

Ieder mens bevindt zich in zo’n situatie en moet – meestal zonder dat ze dat weten – gered worden. God zegt, dat Hij de redder van alle mensen is. Zo staat het letterlijk in 1Timotheus 4:10.
Opmerkelijk is, dat in diezelfde brief Jezus, Gods Zoon, genoemd wordt als Redder van zondaren.
Betrouwbaar is het woord en alle verwelkoming waardig, dat Christus Jezus in de wereld kwam om zondaars te redden, van wie ík de eerste ben.
(1Tim 1:15 – proeve van NCV)

Dat is pas redding!
Christus Jezus kwam om zondaars te redden!
God heeft je vrijgekocht door het bloed van Christus op Golgotha!
Dat was de prijs die Hij betaalde om ons vrij te kopen! Hij betaalde met Zijn leven.
Dank Hem daar maar bewust voor, want wij zijn als het ware: ‘op borgtocht vrij’ van een zeer dreigende veroordeling! Op borgtocht wil zeggen dat er iemand voor ons borg staat, omdat Hij weet dat wij zelf nooit in staat zouden zijn om onszelf vrij te kopen! En die persoon is Jezus Christus, die de prijs met Zijn leven betaalde.

Door die vrijkoping is God volgens 1Timotheus 4:10 – zoals wij al zagen – de redder van alle mensen.
(…) die wil dat alle mensen gered worden en tot erkenning van de waarheid komen.
(1Tim 2:4 – proeve van NCV)

En het geweldige is, dat God ook de macht heeft om die wil door te zetten! Zijn liefde zorgt ervoor, dat precies de juiste weg om dat grote doel te bereiken gegaan wordt. Als je dit leest, weet dan, dat God jouw redder is! Er staat toch duidelijk: alle mensen? Nou, dan ben jij niet uitgezonderd! Gelukkig niet! Die grote God, Die alle mensen op het oog heeft, heeft jou niet uitgezonderd!

We hebben nu al twee soorten redding voorbij zien komen, maar er zijn er zelfs drie die allemaal onderdelen zijn van Gods reddingsactie. Hieronder zetten we die nog even op een rijtje:

Redding van de veroordeling, als gevolg van de zonde in ons leven.
Die veroordeling zou uiteindelijk een definitief einde aan ons leven maken!
Romeinen 1:16 spreekt van het evangelie dat Gods kracht tot redding is.
Door geloof in het werk van Christus aan het kruis voor onze zonden, worden we ons bewust dat er redding van de veroordeling van de zonde is. Dan lezen wij met blijdschap Romeinen 8:1 en weten wij dat er geen veroordeling meer mogelijk is!

Redding van de kracht van de zonde.
Paulus geeft in Romeinen 6 aan, dat we samen met Christus zijn gekruisigd, gestorven, begraven en opgewekt uit de dood om in een nieuw leven te wandelen (lees de verzen 2-8).
Dus: niet langer als een slaaf onder de zonde, maar echt vrij om voor Hem en tot eer van Hem, onze redder, te leven!

Redding van de aanwezigheid van de zonde.
Dat zal gebeuren, als Hij als redder uit de hemel komt om ons op te halen (Romeinen 13:11; Filippenzen 3:20,21). Dan ontvangt de gelovige een vernieuwd lichaam, aangepast aan de nieuwe omgeving, hij zal zelfs het evenbeeld zijn van de Zoon!! (Romeinen 8:28-30).

1. apr, 2021

In 1Korinthe 11:20 maakt Paulus de Korinthiërs een verwijt. Maar anders dan de gangbare vertalingen ons vertellen. Zijn grief is niet dat hun maaltijd niet “de maaltijd des Heren” was (NBG51). Of “des Heren avondmaal” (St.Vert.). Want die weergave suggereert dat de Korinthiërs samenkwamen voor een een speciaal soort maaltijd die kennelijk door de Heer was ingezet. Aan dat idee is het kerkelijke gebruik ontleend om met enige regelmaat een ritueel te vieren, dat bezwaarlijk een maaltijd genoemd kan worden. Want men eet slechts één heel klein stukje brood en men drinkt ook slechts één heel klein slokje wijn (of druivensap). Dit wordt dan geacht min of meer een kopie te zijn van wat de Heer ooit vierde in de nacht voordat hij werd overgeleverd.

Heer-lijk

Het hele idee echter van ‘de maaltijd van de Heer’ is beslist niet waar Paulus in 1Korinthe 11 op doelt. De Korinthiërs kwamen samen om maaltijd te houden (11:33). Maar Paulus was ter ore gekomen (11:18) dat er nogal wat wantoestanden tijdens die maaltijden waren. De één was dronken en de ander zat er hongerig aan, de één had veel en de ander niets (11:20). Paulus keurt deze gang van zaken af. Niet omdat dit niet ‘de maaltijd van de Heer’ was, maar omdat zó met elkaar maaltijd houden, niet “des Heren” was. Letterlijk staat er, dat zo’n maaltijd niet “Heer-lijk” was, d.w.z. bij de Heer passend.

waardig

De instructies die de apostel vervolgens dan ook geeft, zijn er op gericht dat men “waardig” zou eten en drinken. Dat betekent niet, zoals veel kerken dat ervan hebben gemaakt, dat men zichzelf zou onderzoeken of men wel gekwalificeerd is om aan te zitten. Nee, het “waardig” eten en drinken spreekt van de wijze waarop men met elkaar maaltijd houdt. Rekening houdend met – en wachtend op elkaar (11:33).

dit is mijn lichaam – de ekklesia!

En daarbij brengt Paulus nóg iets in en dat is dat hij van de Heer zelf iets had ontvangen (11:23), namelijk dat toen de Heer met zijn discipelen een Pascha-maaltijd vierde (d.w.z. ongezuurd) hij van het brood dat hij uitdeelde zei: “dit is mijn lichaam” (11:24). En dat verwijst, zo leert Paulus, (ook) naar de ekklesia, die immers één Lichaam is!

Want wij de velen zijn één brood, één lichaam, want wij hebben allen deel aan het ene brood.
-1Korinthe 10:17-

Als gelovigen samenkomen om met elkaar maaltijd te houden, dan is dat uiteraard geen Pascha. Want dat is exclusief voor Israël (Ex.12:43). Het is ook geen ‘maaltijd des Heren’. Maar ze kunnen hun maaltijden wel “Heer-lijk” vieren! Bedenken en danken dat ze samen één Lichaam vormen. En tezamen ook de beker heffen als een embleem van de Heer-lijke overwinning op de dood!

25. mrt, 2021

Een belangrijk onderdeel van ons geloof is dat het niet stopt als we sterven. De dood is niet het eindpunt. Eens zullen we weer levend worden. Maar wat gebeurt er dan? Als je aan gelovigen deze vraag voorlegt, krijg je verschillende antwoorden. Sommigen verwachten het koninkrijk binnen te gaan, zoals Jezus dat verkondigde aan het volk, anderen denken juist aan de hemel. Wat kunnen we daarover terugvinden in de Bijbel? Wat lezen we bij Paulus, de apostel voor ons niet-Joden?

Paulus had aan de Thessalonicenzen het evangelie verkondigd, en ze verteld dat ze mochten uitzien naar het moment dat Christus terugkomt uit de hemel voor zijn gemeente, voor ons. Dit duurde alleen langer dan de Thessalonicenzen gedacht hadden. Toen er enigen van hen stierven, werden ze ongerust. Wat gebeurt er dan met hen? Straks komt Christus terug, en dan zijn zij er al niet meer bij…

Paulus gaat in op deze vraag in 1Thessalonicenzen 4:13-18

Hij stelt ze gerust. Ook zij zullen erbij zijn. Degenen die sterven voor de komst, zullen opstaan en samen met zij die dan nog leven Hem tegemoet gaan in de lucht. Wat een wonderlijk vooruitzicht! Maar als we kijken naar wat ons lichaam nu aankan, dan roept het misschien vragen op. Als we de lucht in zouden gaan met ons lichaam, zouden we snel te weinig zuurstof krijgen of onderkoeld raken. Ons lichaam is er niet voor gemaakt om de aarde te verlaten. Wat voor lichaam krijgen we dan?

Ook de Korinthiërs vroegen zich dat af. In 1Korinthe 15:35-54 gaat Paulus hierop in. Hij laat zien dat het lichaam dat we krijgen verschilt van ons huidige lichaam, zoals de zon verschilt van de maan. Ons oude lichaam is sterfelijk, zwak, ziels, maar het nieuwe, hemelse lichaam is onsterfelijk, krachtig en geestelijk. Wat een verschil! Kan je je voorstellen hoe dat moet zijn? Ons huidige lichaam is kwetsbaar en sterfelijk, het mist de kracht om de verleidingen te weerstaan die op ons afkomen en zal eens sterven. Maar ons nieuwe lichaam zal worden beheerst door geest, door Gods kracht. Het zal niet meer kunnen sterven, heeft geen last meer van de zonde en zal dezelfde eer en heerlijkheid hebben als de opgestane Christus nu al heeft. Deze verandering van ons lichaam zal allemaal in een oogwenk gebeuren, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuinstoot.

Wat gebeurt er dus als Christus terugkomt? Zij die gestorven zijn en zij die nog leven zullen samen opgenomen worden, Hem tegemoet in de lucht. Dit gebeurt in drie fasen:

De Heer zelf zal het bevel geven, en de stem en de bazuin laten horen als teken van de opname, de wegrukking. Dit zal een enorme vreugde geven, eerst aan zij die al gestorven zijn, die te rusten zijn gelegd. Aan hun ‘wachten’ in de dood, waar ze zichzelf niet van bewust zijn geweest, is een einde gekomen. Zij zullen hun opwekking zo ervaren, alsof het direct volgt op het moment dat ze stierven.

De Heer zelf zal ook zij die nog leven roepen. Bij de laatste bazuin zullen hun lichamen veranderen in een ondeelbaar ogenblik, en zij zullen onsterfelijk, krachtig en geestelijk. Ze zullen een eonische (eeuwige) woning aandoen. Dan is het sterfelijke door het leven verslonden! We zullen dan een lichaam hebben dat gelijkvormig is aan Zijn heerlijkheidslichaam Fil 3:20,21.

De Heer zelf zal daarna de twee groepen gelovigen, die allemaal een vernieuwd lichaam hebben gekregen, tegelijk en met elkaar opnemen, wegrukken van deze aarde, in wolken. Daar zal Hij zijn om hen te ontmoeten. En dan zullen wij altijd bij Hem zijn! Om verder te lezen over waar we dan precies heengaan en wat we gaan doen, lees het artikel ‘Hoe zit het met de hemel?’.

Wat een heerlijk vooruitzicht is dat, zeker als we kijken naar de moeiten en het verdriet dat we op aarde zo vaak meemaken. Paulus zegt in een andere brief, dat het lijden van deze tijd het niet waard is vergeleken te worden met de heerlijkheid die we zullen ervaren Rom 8:18. Laten we elkaar bemoedigen met deze woorden!

25. mrt, 2021

Zoals bekend, gaf de Heer, Jahweh, aan Israël drie grote groepen van feesten, vastgestelde tijden, die het volk moe(s)t houden1. In dit artikel worden deze drie feesten opnieuw kort beschreven en wordt vooral wat nader ingegaan op de eerste dag van het derde feest. Vooraf beschrijf ik echter  nog iets van de verschillende voorgeschreven sabbatten, omdat deze onderdeel zijn van het vieren van de feesten van de Heer en het niet onbelangrijk is onderscheid in de diverse sabbatten voor ogen te houden.

Jaar- en week-sabbatten

De Heer gebood Israël, dat er élke week, op de 7de dag, een week-sabbat gehouden moet worden, waarop geen werk gedaan mag worden1. Hiernaast echter zijn er bij Zijn drie grote feesten ook ándere sabbatten voorgeschreven, door het jaar heen in totaal zeven. Deze beginnen op een vaste datum bij het betreffende feest. Het Feest van Ongezuurde (broden) begint altijd op de vijftiende dag van de eerste maand (dus 15 Nisan) én dan is het ook een sabbat2: een jaar-sabbat. Bijvoorbeeld Kerst valt bij ons soms op ‘doordeweekse dagen’ en soms in het weekend. Evenzo kan in Israël een jaar-sabbat (dat is een sabbat die bij de grote feesten voorgeschreven is) soms op een ‘doordeweekse dag’ vallen, en soms tegelijk met de zevende dag, met de ‘gewone’ week-sabbat. Dan kan een jaar-sabbat én een week-sabbat dus beide op één en dezelfde dag zijn. Wanneer dit het geval is, noemt het NT dat: de dag van de sabbatten. Helaas wordt die uitdrukking meestal veranderd en vertaalt men bijvoorbeeld met ‘sabbatsdag’. Zo’n ‘dag van de sabbatten’ is terug te vinden in Lucas 4:16, in Handelingen 13:14 en 16:13[A] . Het gaat dan als het ware om een ‘dubbele’ sabbat: twee op één dag. Dát een jaar-sabbat op iedere willekeurige dag in de week, dus ook tegelijkertijd met een week-sabbat kan vallen, is vaak over het hoofd gezien. Vooral rondom het sterven en de opstanding van onze Heer houden veel gelovigen hier geen rekening mee en is er veel verwarring ontstaan. Wanneer er ‘sabbat’ staat, hoeft dit dus NIET automatisch altijd de zevende dag van de week aan te duiden (de week-sabbat). Het tekstverband moet duidelijk maken of het misschien gaat om een jaar-sabbat!

De drie grote Feesten van de Heer 

Opnieuw, ter herinnering, om welke feesten het gaat:

Ten eerste1:
Het (a) Pèsach/ Pascha2 in de eerste maand op de 14de Nisan (bij ons maart/april). Hierbij horend vanaf 15 Nisan: (b) het Feest van Ongezuurde (broden), met ook (c) het Beweegoffer. Dat Beweegoffer valt op de 2de dag van de ‘Ongezuurde (broden)’, op de 16de Nisan. Volgens Leviticus 23:11 bewoog de priester namelijk de schoof op de dag na de sabbat en dat is de sabbat uit vers 7, de jaar-sabbat 15 Nisan. Immers op de eerste én de zevende dag van het Feest van Ongezuurde (broden), (15 en 21 Nisan), is het een jaar-sabbat 3

Ten tweede:  
Het Wekenfeest4, dat ook genoemd wordt: Feest van de oogst5, of de Dag van de Eerstelingen6. Dit feest valt op de 50ste dag geteld vanaf het Beweegoffer; in de derde maand dus van de Joodse kalender. Ook deze dag is een jaar-sabbat7. Bij ons heet deze 50ste dag: Pinksteren.

Ten derde: 
Het Feest van de inzameling8, in de zevende maand Tisjri (bij ons sept./okt.). Dit feest betreft diverse verschillende dagen in die maand. (a) De eerste dag van de zevende maand, die de Schrift noemt een ‘dag van [bazuin]geschal’ 9, of gedachtenis ‘geschal’10. Deze eerste dag is een jaar-sabbat. Vervolgens (b) op de tiende dag: de dag van verzoeningen11. Kortweg ook Verzoendag, of Jom Kippoer genoemd, die weer een jaar-sabbat betreft. Daarna begint (c) op de vijftiende het Loofhuttenfeest12. Dit moet Israël zeven dagen lang vieren, en op de achtste dag is er nog een bijzondere samenkomst13, waarop het weer een jaar-sabbat is.

8. Exo. 23:16; 34:22. 9. Hebreeuws תרועת (teroeāh) Num. 29:1. 10. Lev. 23:24. 11. Lev 23:27,28; 25:9. 12. Hebreeuws voor loofhutten is . Lev. 23:34; Deut. 16:13-16; 31:10; zie ook Neh. 8:14-19. 13. Lev. 23:36,39.

Dit derde, het Feest van de inzameling zal nu én een volgende keer wat nader bestudeerd worden; hier de eerste dag van dit Feest.

Dag van (bazuin-)geschal: eerste dag van de zevende maand
Deze eerste dag van de maand Tisjri heet dus een dag ‘van geschal/geschreeuw’, van תרועה (teroeāh) in het Hebreeuws. Bij dit woord hoort een Hebreeuwse werkwoord met de betekenis (en תרועה (teroeāh) heeft dezelfde betekenissen): een stoot geven op een blaasinstrument. Verder: krijgsgeschreeuw aanheffen1, of: anderen alarmeren(waarschuwen) zoals voor de strijd2, of ook: uit vreugde schreeuwen bijvoorbeeld vanwege een overwinning3. Het woord wordt dus onder andere gebruikt om te waarschuwen. Zefanja, één van Israëls profeten, verbindt in Zef 1:14-16 dit ‘geschal/geschreeuw’ met de dag van de Heer, van Jahweh. Vers 16 noemt deze de dag van sjofar[B] (ramshoorn) en van (alarm)geschreeuw (תרועה (teroeāh)). En vers 15 beschrijft die dag als een heel duistere dag, van verbolgenheid, benauwdheid, angst, vernieling, dikke duisternis e.d.Dan gaat het dus om de dag van de Heer, die net als ten tijde van Zefanja ook op dit moment nog in de toekomst ligt. Overigens zal bazuingeschal (sjofar) bij Israël ongetwijfeld ook de wetgeving op de Sinaï in gedachten brengen, omdat ook deze gepaard ging met donder, bliksem, een zware wolk en rook én gaandeweg zeer sterk bazuingeschal (van de sjofar)4! Verder is de dag ‘van geschal/geschreeuw’ in Israëls geschiedenis geworden tot hun nieuwjaarsdag, de ‘Rosh Ha Shana’, waarop, ook nu, veelvuldig de sjofar geblazen wordt. De Babyloniërs zagen namelijk, naast het voorjaar als begin van het jaar, óók wel de maand Tisjri als het begin. De Schrift wijst als de eerste maand van het jaar Nisan aan5.

1. Zie bijv. Amos 2:2. 2. Bijv. Jer.4:19; in het NT ook bijvoorbeeld in 1Cor. 14:8. 3. Zo bijv. bij Gideon Rich. 7:18-20,22; of bij het vallen van de muren van Jericho: Jozua 6:13,20, waar men een luid ‘geschreeuw aanheft plus de ramsbazuinen (sjofar) blaast. 4. Zie Exo. 19:16-19. 5. Exo. 12:2, Num.28:16

Waarom dit ‘geschal’?
Met de sjofar en met het תרועה (teroeāh) wordt in Zefanja onder andere aangekondigd/ gewaar- schuwd dat de dag van de Heer eraan komt; in 1:18 de dag van de verbolgenheid van de Heer. Ook de profeet Joël roept in Joel 2:1-2 op om de sjofar in Sion te blazen en alarm te slaan (hier staat het werkwoord, waarvan תרועה (teroeāh) is afgeleid), want de dag van de Heer, van Jahweh, is nabij! “…laat alle inwoners van het land sidderen…”. Ook in Joel 2:15 staat: “…blaas de bazuin in Sion, kondig een vasten af …”. Vers 16 zegt dat hierna “…de bruidegom uit zijn binnenkamer gaat, de bruid uit haar slaapkamer…”. Dus volgens Joël gaat aan de komst van de Heer, de bruidegom, eerst o.a. dikke duisternis en donkerheid (Joel 2:2) vooraf, ingeluid met sjofar en met vasten en moet men sabbat houden. Ezechiël 33 beschrijft even- eens dit waarschuwende aspect van het blazen op de sjofar. In Eze 33:2-6 moet een aangestelde wachter het volk via de sjofar waarschuwen, wanneer het zwaard over het land komt! En Hosea 5:1 roept op “acht te slaan op het gericht, …dat hen aangaat,… ‘huis van Israël, …huis van de koning’ “.  Met in Hos 5:8 “…blaas de sjofar in Gibea, de trompet in Rama, sla alarm (hier het werkwoord, waar תרועה (teroeāh) bij hoort)”. We zagen dus, dat deze zevende maand aanvangt met de waarschuwing van sjofar en (alarm)’geschal’. Echter ook het aspect van geschreeuw vanwege de overwinning, gegeven door de Heer, moeten we niet over het hoofd zien. Zowel bij Gideon als bij de val van de muren van Jericho (zie de verwijzingen hierboven onder punt 3.) moet het volk de sjofar, de ramshoorn, blazen én is er sprake van luid geschreeuw (gejuich) omdat de Héér de overwinning zal geven! Deze dag met sjofar en (alarm)’geschal /geschreeuw’ is voor Israël dus een belangrijke dag om zich te heiligen met vasten en met een sabbat, want de bruidegom gaat komen! En het geeft aan dat er vreugde mag zijn, vanwege het vertrouwen, dat de Héér voor hen zal strijden en hen zal bevrijden van hun vijanden.

De dag van de Heer
In het NT geeft Openbaring weer, hoe Johannes in die dag van de Heer geplaatst wordt (NIET: op. Want Johannes krijgt een blik in de toekomst) en hij hoort ook een luide stem, als van een bazuin. In Openbaring 8:2,6 worden 7 bazuinen genoemd (als onderdeel van het ‘zevende zegel’). Steeds wanneer er een bazuin geblazen wordt, volgt er volgens Openbaring een gericht/plaag. De eerste vier hiervan vinden plaats in de natuur2 (natuurlijk ook met gevolgen voor de schepselen/mensen), terwijl de laatste drie de zogenaamde ‘wee’ bazuinen3 zijn en er vele mensen gepijnigd/gedood zullen worden. De derde wee, aangekondigd door de zevende bazuin, is tegelijk óók de aankondiging is van de Heer als Koning4! Dit sluit aan bij bijvoorbeeld Ps. 47:6-8 waarin het geluid van de sjofar en teroeāh verbonden wordt met Jahweh en God, de Koning over heel de aarde. Beide aspecten: zowel alarm-geschreeuw, als vreugde- geschreeuw spelen mogelijk in Openbaring mee. Vreugde, omdat de Heer nu echt als Bruidegom gaat komen; én omdat Hij Zijn Koningschap zal aanvaarden e.d.

Samenvattend

Het blazen van de sjofar op de dag van ‘geschal/geschreeuw’, moest Israël waarschuwen, dat de dag van Jahweh, van de Heer, nabij is en dat er eerst veel donkerheid plaats zal gaan vinden. Maar ook, dat de Bruidegom uit gaat uit zijn binnenkamer (Joel 2:16). En naar Openbaring ook omdat de Koning Zijn Koningschap nu op Zich zal nemen!

De gemeente, het Lichaam van Christus 

Wat een genade dat voor de gemeente, het Lichaam van Christus eerder, vóór de dag van duisternis eerst een heel ándere bazuin zal klinken: een bazuin, die klinkt bij de komst (aanwezigheid) van de Heer voor de gemeente, het Lichaam van Christus. Díe bazuin zal de doden die in Christus zijn, het eerst doen opstaan, waarna wij, levenden, tegelijk tezamen met hen(de eerder gestorvenen) de Heer in de lucht mogen ontmoeten1! Voor de gemeente zal een laatste bazuin de doden én de levenden doen veranderen: in onverderfelijkheid2. Anders dan bij Israël, waar de bazuinen o.a. waarschuwen en waar ze ‘gerichten’ inluiden (waarna Hij zal komen), mogen wij naar Zijn komst in de lucht uitzien. Want volgens 1Thesalonicenzen 5:9 heeft God ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van redding door onze Heer Jezus Christus3! Hem en Hem alleen zij alle lof, eer en dank!

[A] Zie ook Unsearchable Riches Volume 17 p.12 en het hele artikel pp. 7-22
[B] Men gebruikte in Israël naast de sjofar ook trompetten om te waarschuwen, bij vreugde en dergelijke (bijvoorbeeld bij het brengen van de ark naar Jeruzalem 1Kron. 15:24, 28)

23. mrt, 2021


Dus laten wij dan niet dommelen
zoals ook de overigen, maar laten
wij waken en nuchter zijn.
          1 Thessalonicenzen 5:6

uitleg:

De overigen -niet alert- zijn wat in-
gedommeld, geestelijk gezien. Heel
wat gelovigen hebben wel zicht op
de letterlijke 1000 jaar. Dat is nog
toekomstmuziek voor Israël en de
volkeren. Maar zij menen, dat het
nog wel even duurt voordat wat is
voorzegd door Daniël en Johannes
(Openbaring 1-19), vervuld wordt.
Daarin lijken zij zich te vergissen.
We zien in onze dagen contouren
van wat in Openbaring beschreven
is. Dat is er nog niet, maar je krijgt
stellig indruk dat stappen gezet zijn
(en worden). Paulus schrijft: laten
wij waken en nuchter zijn. Daarom
ook zijn we ons te meer bewust te
leven in een boze eon, die dicht bij
het hoogtepunt komt. We zien op
naar Hem, Die gaat komen.