13. sep, 2021

Prediker[1]

Het Bijbelboek Prediker beschrijft in poëtische stijl de ervaringen van mensen, en het werk van Gods hand.

Op individueel menselijk niveau schrijft de schrijver in hoofdstuk 1 over de leegheid of vergeefsheid waarmee mensen zich aftobben om voor zichzelf een blijvende herinnering tot stand te brengen. Pred.1:4-11 [CV]

[Een] generatie gaat en [een] generatie komt, maar de aarde staat voor [de] eon.

De zon komt op en gaat onder (…) en straalt weer opnieuw;

(…) Rond en rond gaat de wind, maar op haar wegen keert de wind terug.’ Pred.1:5-6 [CV]

Na de beschrijving van wat hij zelf tot stand heeft gebracht, Pred.2:4-10 besluit de schrijver, dat het ‘leeg’ is en ‘voeden met wind’ [NBG: najagen van wind]. Pred.2:11 [CV]

Na deze eerste voorlopige samenvatting lijkt het alsof er geen enkel voordeel te behalen valt uit je aftobben in werk, of uit ergens moeite voor te doen.

Morgen kijken we hoe het zit met wijsheid, waar de schrijver zich naartoe keert. (