31. mrt, 2021

Mattheüs 26:38-39

‘Toen zeide Hij tot hen: “Mijn ziel is zeer bedroefd, tot stervens toe; blijft hier en waakt met Mij.” En Hij ging een weinig verder en Hij wierp Zich met het aangezicht ter aarde en bad, zeggende: “Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.”’

Uitleg:

Jezus wist natuurlijk wat Hem te wachten stond. In Gods woord hebben de profeten zich pijnlijk nauwkeurig uitgesproken over de zaken die staan te gebeuren. Wie zal de verrader worden?

Jezus wist het: “Die is het, voor wie Ik het stuk brood indoop en wie Ik het geef.” Joh.13:26

Denk bijvoorbeeld ook aan het loon dat (discipel) Judas Iskariot zal ontvangen, als hij de Heer aanwijst in bijzijn van de knechten van de hogepriester: ‘Toen wogen zij mijn loon af: dertig zilverstukken. Maar de Here zeide tot mij: “Werp dat de pottenbakker toe; een eerlijke prijs waarop Ik hunnerzijds geschat ben!” En ik heb de dertig zilverstukken genomen en die in het huis des Heren de pottenbakker toegeworpen.’ Zach.11:12-13; Matth.27:1-10

Niet alleen mensen spanden samen tegen de Heer, het moest de overwinning van de verzamelde overheden en machten der duisternis worden.

Toch zal Jezus Christus, de Zoon van God, het meest hebben opgezien tegen de uren aan het kruis in verlatenheid! Hij is al verlaten door mensen, zelfs door Zijn discipelen in de laatste uren, en zal korte tijd verlaten zijn door God in een ondragelijke duisternis.

“Doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.”