24. mrt, 2021

Psalm 118:7b

‘… en ik, ik zal zien op mijn haters.’ [proeve CV]

Uitleg:

Wanneer de Schrift het woord ‘haten’ gebruikt, moeten wij dat verstaan met de bagage die de Schrift eraan geeft.

In onze taal betekent het: ‘een gevoel van diepe afkeer voor iemand, gepaard met het verlangen om die persoon te zien ondergaan, al of niet ook om hem leed te doen.’

In de Hebreeuwse Schrift is ‘haat’ toch écht anders, namelijk het verbreken van elk contact, een absolute afkeer hebben. Daarom is het belangrijk te weten wie en wat God haat.

Salomo noemt in Spreuken 6:16-19 daarvan een zevental: ‘Zie, zes haat Jahweh en zeven zijn een gruwel voor Zijn ziel: trots verheven ogen, een leugenachtige tong en handen die onschuldig bloed vergieten, een hart dat slinkse plannen beraamt, voeten die zich spoeden om naar kwaad te rennen, een leugenachtige getuige die leugens blaast en wie tot geschillen aanzet tussen broeders.’ proeve CV

Helaas hebben vele mensen daar geen boodschap aan, maar David wel. Want wat zijn God haat, haat hij ook. Nu wij nog!