12. mrt, 2021

Filippenzen 3:2-16 – De ware gerechtigheid

De ware gerechtigheid

2Let op de honden, let op de slechte arbeiders, let op de versnijdenis! 3Want wíj zijn de besnijdenis, die door de Geest Gods Hem dienen, die in Christus Jezus roemen en niet op vlees vertrouwen. 4Ofschoon ik voor mij wel reden zou hebben om ook op vlees vertrouwen te stellen.
Indien een ander meent op vlees te kunnen vertrouwen, ik nog meer: 5besneden ten achtsten dage, uit het volk Israël, van de stam Benjamin, 6een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër, naar mijn ijver een vervolger van de gemeente, naar de gerechtigheid der wet onberispelijk. 7Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. 8Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen, 9en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof. 10(Dit alles) om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, 11zou mogen komen tot de opstanding uit de doden.
12Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ík ook door Christus Jezus gegrepen ben. 13Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, 14maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.
15Laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn. En indien gij op enig punt anders gezind zijt, God zal u ook dat openbaren; 16maar hetgeen wij bereikt hebben, in dat spoor dan ook verder!
 

Bijschrift

Het begin van dit gedeelte is een aanklacht tegen de toen levende Joodse geestelijke leiders. Christus-gelovigen, zegt Paulus, die vertrouwen niet op het vlees (op hun mensenverstand). De leden van de gemeente van Christus zijn de ‘echte’ besnijdenis (van het hart, zegt hij elders Rom.2:29).

Dan gaat Paulus vertellen over het feit, dat als er iemand zich zou kunnen beroepen op de Joodse verkiezing, dat hij dan in de voorste rijen zou staan: Paulus was opgeleid als Farizeeër! Maar toen hij de Opgestane ontmoette, heeft hij alles prijsgegeven.

Waarom?

‘Om Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding, en de gemeenschap aan Zijn lijden.’ vs.10

Paulus is niet hoogmoedig, hij heeft dat doel nog niet helemaal bereikt, maar zijn hele leven is erop gericht, om deel te hebben aan de opstanding en aan het lijden. In vers 15 laat hij weten: wij zijn volmaakt … (Hoeveel christenen zullen dat kunnen beamen? Velen zullen het niet durven, vrees ik.) En omdat we volmaakt zijn (in de ogen van God, de Vader) zullen we ‘aldus gezind zijn’.

Rotterdamser kan het haast niet: ‘You’ll never walk alone.’