10. mrt, 2021

Filippenzen 1:27–2:18 – De volharding in de gezindheid van Christus

Volharding in de gezindheid van Christus
27Alleen, gedraagt u waardig het evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig blijf, ik van u moge horen, dat gij vaststaat in één geest, één van ziel medestrijdende voor het geloof aan het evangelie, 28zonder dat gij u in enig opzicht door de tegenstanders laat beangstigen. Hierin is voor hen een aanwijzing van hún verderf, doch van úw behoud, en dat van Godswege. 29Want aan u is de genade verleend, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden, 30in dezelfde strijd, die gij eens van mij hebt gezien en nu van mij hoort.
1Indien er dan enig beroep (op u gedaan mag worden) in Christus, indien er enige bemoediging is der liefde, indien er enige gemeenschap is des geestes, indien er enige ontferming en barmhartigheid is, 2maakt (dan) mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn, één in liefdebetoon, één van ziel, één in streven, 3zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, 4maar ieder (lette) ook op dat van anderen. 5Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, 6die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, 7maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. 8En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises. 9Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, 10opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, 11en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader!
12Daarom, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam zijt geweest, blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en beven, 13want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt. 14Doet alles zonder morren of bedenkingen, 15opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld, 16het woord des levens vasthoudende, mij ten roem tegen de dag van Christus, dat ik niet vruchteloos (mijn wedloop) gelopen, noch vruchteloos mij ingespannen heb. 17Maar ook indien ik geplengd word bij de offerande en de eredienst van uw geloof, verblijd ik mij, en ik verblijd mij met u allen. 18Verblijdt gij u evenzo en verblijdt u met mij.

Bijschrift

In de eerste verzen van dit gedeelte staat de kernboodschap van Paulus in deze brief: adviezen voor ons gedrag. Concreet: sta vast, strijd mee, en laat je niet bang maken.

Gelijk daarna maakt Paulus duidelijk, dat het niet alleen genade is om in Christus te geloven, maar ook voor Hem te lijden. Dat is een veelzijdig en moeilijk thema …

Wat houdt dat in onze eigen situatie in?

In hoofdstuk 2:1-11 doet Paulus een dringend beroep op de gemeenteleden om zich waardig hun roeping te gedragen. Hij roept op tot gehoorzaamheid, en stelt de gehoorzaamheid van Jezus aan de Vader als voorbeeld.

Deze gehoorzaamheid wordt uitgewerkt in de verzen 12 t/m 18. Bijzondere tekst is dat ‘God zowel het willen als het werken in ons bewerkt’. Dat zou er bij oppervlakkige beschouwing toe kunnen leiden dat je zegt: God bepaalt toch wat ik wil, dus ik wacht wel af. Iedereen snapt dat dat niet bedoeling is … Paulus zegt vlak daarvoor: ‘blijf (…) uw behoudenis bewerken …’ Met andere woorden: doe net alsof het van jou afhangt, maar weet, dat het God is Die alles stuurt, ook in jou.

‘… onbesproken kinderen Gods, te midden van een ontaard en verkeerd geslacht …’, vs.15 dat is een goede karakteristiek van wie we zouden moeten zijn, en hoe we in deze wereld staan.