13. sep, 2021

GELOOFSGEHOORZAAMHEID

‘Gehoorzaamheid’ is een begrip dat in een breed kader geplaatst kan worden. Letterlijk genomen betekent het: horen en er acht op slaan. ‘Kinderen, wees gehoorzaam aan je ouders’, is bijvoorbeeld een belangrijk element in de opvoeding van kinderen.

Op een minder zichtbare manier speelt gehoorzaamheid ook mee in ons denken, in onze besluitvorming en in ons karakter. Gehoor geven aan je geweten is bijvoorbeeld een proces dat minder zichtbaar is. Het vindt plaats in ons innerlijk. 

Ieder mens ontwikkelt een besef van goed en kwaad, van eerlijk en oneerlijk, van recht en onrecht. Dit vormt ons geweten.

De apostel Paulus combineert gehoorzaamheid en geloof in zijn brief aan de Romeinen tot ‘geloofsgehoorzaamheid’. Rom.1:516:26 Hij trekt in de hoofdstukken twee en drie van deze brief een vergelijking tussen Israël, dat de wet van Mozes heeft, en de mensen uit de volkeren, die deze wet niet hebben, maar wel een geweten. Israël heeft er baat bij om de wet in praktijk te brengen, want besnijdenis wordt tot onbesnedenheid als men overtreder is van de wet. Rom.2:25 Mensen uit de volkeren, die geen wet hebben maar van nature doen wat de wet van Mozes vraagt, tonen aan, dat de inhoud van de wet in hun hart werkzaam is, waarbij hun geweten meehelpt, samen met de onderlinge afspraken in de samenleving, die vaak in regels en wetten zijn vastgelegd.

Gehoorzaam zijn aan innerlijke principes, waarin ons geweten een waarschuwende of stimulerende rol speelt, is een wonderlijk proces. Soms vindt er als het ware een innerlijk gesprek plaats met jezelf en is het geweten daarin de gesprekspartner. Dit is een persoonlijke zaak, waarbij de inhoud van het geweten gevormd wordt door het besef van goed en kwaad, maar ook door ervaringen en de mate van opgedane kennis. 

Voor velen is het geloof in meer of mindere mate een bron voor de vorming en ontwikkeling van principes en geweten.

Geloofsgehoorzaamheid komt maar twee keer voor in het Nieuwe Testament. Beide keren in de brief van Paulus aan de Romeinen. Ook al komt het maar weinig voor, toch heeft ieder woord en iedere uitspraak in de Bijbel zijn plaats, context en betekenis. Ze kunnen ons opbouwen tot gelovigen die toegerust zijn voor het dienstwerk dat God hen wil toevertrouwen. Geloofsgehoorzaamheid wordt aangereikt onder alle natiën; het is voor allen die van de natiën zijn. Rom.1:5,616:26 Dit sluit Israël uit. Wanneer er sprake is van natiën, wordt Israël niet bedoeld.

Er is een verschil tussen ‘geloofsgehoorzaamheid’ en geloven dat bepaalde gebeurtenissen en getuigenverklaringen in de Schrift waar zijn. 

Het geloven van Bijbelse feiten en gebeurtenissen, ondersteunt en bevestigt in ons Gods handelen. Geloofsgehoorzaamheid heeft meer te maken met ‘bevattingsvermogen’, dan met zintuiglijke waarneming. Beide aspecten, geloof en gehoorzaamheid, hebben zowel met geloof te maken als met gedrag dat eruit voort zou vloeien in gehoorzaamheid. 

Getuigenverklaringen van wat iemand heeft waargenomen of van bewijsbare gebeurtenissen zijn bijvoorbeeld de opstanding van Christus, die door meer dan vijfhonderd getuigen is waargenomen. 1Cor.15:5-7 en 12 Toch zijn er mensen die dit niet willen geloven, niet alleen ongelovigen, maar ook christenen. 

De opstanding is een essentieel onderdeel van ons geloof1Cor.15:17 Thomas kon niet geloven dat de Heer was opgestaan, voordat hij het zelf had waargenomen. De toespraak van Petrus in Handelingen 2 kon men wel of niet geloven. Een grote groep priesters gehoorzaamde in de periode van Pinksteren aan het geloofHand.6:7

Geloofsgehoorzaamheid is een innerlijk proces van begrijpen en het vervolgens, geleid door Gods geest, in gehoorzaamheid in de praktijk tot uitdrukking brengen. Dit overkwam de apostel Paulus op zijn weg naar Damascus. Hij had een ontmoeting met de verheerlijkte Heer. Hand.9:3-6 Het duurde nog minstens drie jaar voordat Paulus naar Jeruzalem ging om Kefas verslag te doen. Gal.1:17-18

Paulus was na zijn ontsnapping uit Damascus eerst naar Arabië gegaan en daarna weer teruggekeerd naar Damascus. Het zal in deze periode van drie jaar geweest zijn, dat Paulus ging begrijpen dat al zijn daden en zijn vervolging van gelovigen die ‘van de weg waren’ juist niet tot eer en verheerlijking van God waren. Hij vertrouwde op eigen kracht. Hij was farizeeër en streefde er zelfs naar onberispelijk in de wet te worden, maar in zijn ijver vervolgde hij de gelovigen. Hij zal toen, in die drie jaren in Arabië, van de Heer geleerd hebben, dat hij geen eigen gerechtigheid via de wet kon bewerken, maar dat Christus de voltooiing van de wet is tot gerechtigheid. Daarom kon hij later doorgeven dat de autoriteit van de wet van Mozes werd opgevolgd en zelfs vervangen door het beheer van genade, dat aan hem was toevertrouwd. 

Als slaaf van Christus Jezus, afgescheiden voor het evangelie van God betreffende Zijn Zoon, Jezus Christus, ontving hij genade en het apostelschap voor geloofsgehoorzaamheid onder alle natiën. 

Geloofsgehoorzaamheid is een beeldspraak voor zijn, en onze, vrijwillige onderdanigheid aan de woorden die hij van de Heer leerde en die in ‘zijn’ evangelie worden bekendgemaakt.

Gehoorzaamheid aan de ‘methode van de wet’ werd opgevolgd en vervangen door geloof

Nadat deze ijveraar voor God de doodlopende weg die hij volgde, had verlaten en de weg van genade, die aan hem bekendgemaakt werd, mocht ontdekken, werd zijn bevattingsvermogen daarvoor geopend. Paulus werd een ander mens. De man die uitriep: ‘Ik, ellendig mens, wat zal mij bergen uit dit lichaam van de dood?’, kon met vreugde zijn ervaring met ons delen: ‘Genade! Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heer!’ Rom.7:24-25

Deze geloofsgehoorzaamheid is een vreugdevolle weg, waarin geen falen, tekortkomingen en onzekerheid op de loer liggen. Het is de weg van genaderechtvaardigingverzoening en een alles overstijgende bestemming van heerlijkheid, die ons is gegarandeerd door het volbrachte werk van onze Heer op Golgotha. 

De bevestiging hiervan kwam door de opstanding van Christus, waardoor Paulus kon zeggen: ‘… opdat ik Christus zou winnen, en in Hem gevonden word, niet mijn gerechtigheid hebbend, die uit de wet, maar die door het geloof van Christus, de gerechtigheid uit God op grond van het geloof, Rom.3:22 om Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding …’ Fil.3:8-10

Alles wat ‘de oude mens’ hieraan zou willen toevoegen, doet afbreuk en is onwelbehaaglijk voor God. Geloof heeft twee kanten, de menselijke en de goddelijke kant. Vanuit de mens gezien is geloof een geschenk, maar geen (eigen) keuze. Vanuit God gezien is geloof zowel een geschenk, als een keuze! Gods keuze, omdat Hij ons tevoren kende en bestemde tot heerlijkheid!

Mogen wij dit geschenk van God met vreugde en dankzegging in gehoorzaamheid aannemen en Zijn weg gaan, waarin God het is, Die ook in ons het willen en het werken voor Zijn welbehagen bewerkt!