1. apr, 2021

maaltijd des Heren OF Heer-lijke maaltijd?

In 1Korinthe 11:20 maakt Paulus de Korinthiërs een verwijt. Maar anders dan de gangbare vertalingen ons vertellen. Zijn grief is niet dat hun maaltijd niet “de maaltijd des Heren” was (NBG51). Of “des Heren avondmaal” (St.Vert.). Want die weergave suggereert dat de Korinthiërs samenkwamen voor een een speciaal soort maaltijd die kennelijk door de Heer was ingezet. Aan dat idee is het kerkelijke gebruik ontleend om met enige regelmaat een ritueel te vieren, dat bezwaarlijk een maaltijd genoemd kan worden. Want men eet slechts één heel klein stukje brood en men drinkt ook slechts één heel klein slokje wijn (of druivensap). Dit wordt dan geacht min of meer een kopie te zijn van wat de Heer ooit vierde in de nacht voordat hij werd overgeleverd.

Heer-lijk

Het hele idee echter van ‘de maaltijd van de Heer’ is beslist niet waar Paulus in 1Korinthe 11 op doelt. De Korinthiërs kwamen samen om maaltijd te houden (11:33). Maar Paulus was ter ore gekomen (11:18) dat er nogal wat wantoestanden tijdens die maaltijden waren. De één was dronken en de ander zat er hongerig aan, de één had veel en de ander niets (11:20). Paulus keurt deze gang van zaken af. Niet omdat dit niet ‘de maaltijd van de Heer’ was, maar omdat zó met elkaar maaltijd houden, niet “des Heren” was. Letterlijk staat er, dat zo’n maaltijd niet “Heer-lijk” was, d.w.z. bij de Heer passend.

waardig

De instructies die de apostel vervolgens dan ook geeft, zijn er op gericht dat men “waardig” zou eten en drinken. Dat betekent niet, zoals veel kerken dat ervan hebben gemaakt, dat men zichzelf zou onderzoeken of men wel gekwalificeerd is om aan te zitten. Nee, het “waardig” eten en drinken spreekt van de wijze waarop men met elkaar maaltijd houdt. Rekening houdend met – en wachtend op elkaar (11:33).

dit is mijn lichaam – de ekklesia!

En daarbij brengt Paulus nóg iets in en dat is dat hij van de Heer zelf iets had ontvangen (11:23), namelijk dat toen de Heer met zijn discipelen een Pascha-maaltijd vierde (d.w.z. ongezuurd) hij van het brood dat hij uitdeelde zei: “dit is mijn lichaam” (11:24). En dat verwijst, zo leert Paulus, (ook) naar de ekklesia, die immers één Lichaam is!

Want wij de velen zijn één brood, één lichaam, want wij hebben allen deel aan het ene brood.
-1Korinthe 10:17-

Als gelovigen samenkomen om met elkaar maaltijd te houden, dan is dat uiteraard geen Pascha. Want dat is exclusief voor Israël (Ex.12:43). Het is ook geen ‘maaltijd des Heren’. Maar ze kunnen hun maaltijden wel “Heer-lijk” vieren! Bedenken en danken dat ze samen één Lichaam vormen. En tezamen ook de beker heffen als een embleem van de Heer-lijke overwinning op de dood!