een hel voor hopeloze gevallen?

In de onderstaande video behandelt de bekende theoloog Willem Ouweneel de volgende vraag:

‘De hel wordt in de kerk vaak voorgesteld als een plek waar je van ieder greintje genade bent verlaten en waar je eeuwige pijn en frustratie voelt. De hel als plek waar je eeuwig wordt gestraft omdat je tot oneer van God hebt geleefd voelt voor mij onrechtvaardig, omdat het er dan op lijkt alsof God mensen straft en roept: ‘Dit moet je nooit meer doen!’ om vervolgens nooit op te houden met pijnigen. Terwijl straf naar mijn idee bedoeld is om mensen een ‘beter’ mens te maken. Hoe dacht Jezus hierover?’

Het orthodoxe antwoord dat Ouweneel geeft is onthullend en verbijsterend. Een paar opmerkingen op rij:

#1 Nergens sprak Jezus over de hel. Hij sprak over Gehenna, dat is het dal van Hinnom.

#2 Ouweneel neemt Jezus’ woorden over Gehenna niet serieus doordat hij een concrete, geografische plaats verandert in een mythologische hel.

#3 Jezus sprak niet in symbolische taal over Gehenna. Hij refereerde in verband met Gehenna aan de concrete beschrijving van Jesaja 66:24, waar wordt gesproken over lijken van goddelozen gedurende het Messiaanse rijk. Macaber, zeker, maar oneindig ver verwijderd van het idee van levenden die voor immer gefolterd worden.

#4 “De buitenste duisternis”, is de duisternis buiten de feestzaal zoals daar o.a. sprake van is in de gelijkenis van de koninklijke bruiloftsmaal (Mat.22:13). Nergens heet dit Gehenna. Ouweneel neemt ook hier Jezus’ woorden niet serieus door verschillende begrippen door elkaar te gooien.

#5 Ouweneel maakt eerst van Gehenna  een mythologische hel om vervolgens te waarschuwen daar geen middeleeuwse voorstellingen van te maken. Hoe krom!

#6 Volgens Ouweneel is de hel de plaats voor diegenen die, alle pogingen van God ten spijt, onverbeterlijk zijn.
Geachte lezer, dit is niet de GOD van hemel en aarde wiens hand nimmer mistast – maar een godje die pogingen doet (!) en  niet in staat blijkt zijn eigen creaturen te vormen naar zijn plan en uit frustratie (“als alle pogingen gefaald hebben”) hen eindeloos zal folteren. Wat een armzalige voorstelling! Een God die pogingen doet…  en wanneer deze  falen – zijn eigen schepselen daarvoor zal vergelden, voor immer en altoos.

#7 Als zo’n volstrekt hopeloze, Godonterende voorstelling geen “lering van demonen” is (zoals Paulus daarover spreekt in 1Tim.4:1), welke leer dan wel? Het staat in elk geval haaks op wat Paulus enkele verzen verderop verklaarde:

Dit is een geloofwaardig woord en alle aanneming waard
(want hiertoe arbeiden wij en worden gesmaad),
dat wij onze hoop gevestigd hebben
op de levende God,
die een Redder is van alle mensen,
speciaal van gelovigen
.
Beveel en leer dit.
-1Tim.4:9-11-

Dit mag met recht “het Evangelie van de heerlijkheid van de GELUKKIGE GOD” genoemd worden (1Tim.1:11)! Geen god die poogt, probeert of faalt maar ÉÉN bij wie alles wat Hij onderneemt gelukt.
Hij kent, Godzijdank, geen hopeloze gevallen!