de schepping van satan een misser?

images_12

God is de Schepper van alle dingen. Dat lijkt een vanzelfsprekendheid voor wie uitgaat van de Bijbel, maar in de praktijk gelooft slechts een enkeling dit. Want wanneer we de vraag stellen: waar komt het kwaad in deze wereld vandaan (lijden, pijn, dood), dan blijkt slechts een enkeling te durven zeggen: God is de Schepper van alle dingen, dus ook van het kwade. Terwijl het nota bene God zélf is die bij monde van Jesaja verklaart:

5 Ik ben JAHWEH en er is geen ander;
buiten Mij is er geen God.
Ik gordde u, hoewel gij Mij niet kende,
6 opdat men het wete waar de zon opgaat
en waar zij ondergaat,
dat er buiten Mij niemand is;
Ik ben JAHWEH, en er is geen ander,
7 die het licht formeer en de duisternis schep,
die de vrede maakt en HET KWADE SCHEP;
Ik, JAHWEH, doe dit ALLES.
-Jesaja 45-

Het woord “kwaad” in het Hebreeuws is ‘ra’  en dat woord is afgeleid van een begrip dat verpletteren of stukslaan betekent (zie Ps.2:9). Het heeft in zichzelf geen morele betekenis. Ook God doet kwaad als Hij oordeel brengt over zijn volk (Jer.26:3; Zach.8:14). Of kwaad ‘zonde’ is, hangt af van wie het doet, van het motief, van het tijdstip, van de plaats, enz. Iemand met een mes in de buik steken is een kwaad omdat het destructief is en kapot maakt. Maar als een chirurg dit doet is het niet verwerpelijk. Waarom niet? Omdat een chirurg een heilzaam motief heeft en dit ook op de juiste plaats, de juiste wijze en het juiste tijdstip weet te doen. Ook een chirurg pijnigt en verwondt maar in dat geval noemen we het een noodzakelijk kwaad en daarom niet verwerpelijk. Waar het nu om gaat is dat kwaad beslist niet hetzelfde is als zonde. Zonde wil zeggen: het mist doel (Richt.20:16).

Als God iets maakt heeft Hij daarmee altijd een bedoeling.

JAHWEH heeft alles gemaakt voor zijn doel,
ja, zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads.
-Spreuken 16:4-

Toen God de wereld schiep, formeerde Hij het licht maar Hij schiep ook de duisternis (=plaatsen waar geen licht is), zoals Jes.45:7 zegt. Hij schiep engelen maar ook een wezen dat wij kennen als satan, “de oude slang” (Gen.3:1; Openb.12:9). De vraag of deze serpent nu “zondigde vanaf den beginne” (1Joh.3:8) of pas op een later tijdstip doet in dit verband niet ter zake. Want hoe dan ook, als dit creatuur boosaardig werd zonder dat God dit had bedoeld, dan is God volgens de Bijbelse definitie een zondaar, d.w.z. een doelmisser. Wanneer God daarentegen met dit kwade (=destructieve) creatuur een bedoeling had, dan was de schepping van satan dus volkomen doelmatig.

Wanneer God de Schepper is van alle dingen, inclusief van het kwade, dan betekent dit dat het kwaad in goede handen is! Het vervult een noodzakelijke functie. Het bestaan van het kwaad in deze wereld is geen Goddelijk bedrijfsongeval. GOD wist wat Hij deed toen Hij satan creëerde. De ellende die dit zou veroorzaken was geen onaangename verrassing voor Hem maar volkomen voorzien. Pijnlijk, jazeker… maar niet zinloos! GOD keert het kwade ten goede (Gen.50:20). Van elke min maakt Hij een plus!

Bron:

www.goedbericht.nl